Beste lezer, Hoe begin je met schrijven? We hadden het er gisteren over met collega’s. Want schrijven voor een krant betekent zowat elke dag herbeginnen. Daar hebben we zo onze manieren voor. Sommigen denken hun stukken volledig uit voor ze ook maar één letter tikken, anderen bouwen eerst een structuur, een kapstok om hun zinnen netjes aan op te hangen. Nog anderen, type drie, zetten zich aan dat witte blad met niets meer dan een idee. Al schrijvend krijgen ze de interessantste gedachten en komt de tekst in de juiste plooi te liggen – of dat hopen ze toch elke keer. Lize Spit vertelt hieronder dat ze eerder type een of twee is. Achter haar boeken schuilt een ware mastermind, een ‘plotter’. Dat is, schrijft ze, iemand die altijd razendsnel het overzicht weet te verkrijgen. Iemand die zijn hand er niet voor omdraait om achterwaarts in te parkeren, die tijdens gesprekken onthoudt wie er aan het woord is geweest en voor hoelang. “Plotters eten een lasagne en ’s avonds in bed kunnen ze moeiteloos antwoorden op de vraag hoeveel laagjes die bevatte.” Kortom: iemand om jaloers op te zijn. Waarom de literatuur die plotters meer dan ooit nodig heeft, leest u in Lize Spits overtuigende betoog. Maar geen zorgen als u er geen bent: onze hoofdredacteur is eerder type drie, vertrouwde hij ons gisteren toe. Fijn lang lees- of schrijfweekend!
|